Sign. - Kinderalimentatie, Eigenheimzulage en Duitse kinderbijslag


Het hof heeft overwogen dat de Eigenheimzulage 'een fiscaliteit' is die vergelijkbaar is met het eigen woningforfait en dat het hof daarmee daarom – overeenkomstig de aanbevelingen van de Werkgroep Alimentatienormen – geen rekening houdt bij de berekening van de behoefte van de kinderen. Partijen zijn het erover eens dat de Eigenheimzulage een subsidie is die de Duitse overheid uitkeert ter stimulering van het eigenwoningbezit. Daarom acht de Hoge Raad het niet begrijpelijk op grond waarvan het hof deze toelage op één lijn stelt met het eigen woningforfait, dat immers een forfaitair, op de WOZ-waarde van de woning gebaseerd bedrag is dat woningeigenaren ingevolge artikel 3.111 Wet IB 2001 voor de belasting bij hun inkomen moeten optellen. Indien het hof het oog heeft gehad op paragraaf 3.2 onder a van het Rapport Alimentatienormen, waarin staat dat geen rekening wordt gehouden met de fiscale voordelen als gevolg van fiscale aftrek van hypotheekrente, van premie lijfrente en premie arbeidsongeschiktheidsverzekering, dan geeft de bestreden beschikking volgens de Hoge Raad onvoldoende inzicht in de gedachtegang van het hof. Het is namelijk niet duidelijk op grond waarvan de Eigenheimzulage, die geen fiscale aftrek is, moet worden gelijkgesteld met de genoemde fiscale voordelen, ook niet als in aanmerking wordt genomen dat de Eigenheimzulage strekt ter bevordering van het eigenwoningbezit en dit laatste ook de ratio is van de Nederlandse hypotheekrenteaftrek.
Zoals is overwogen, heeft het hof bij de vaststelling van de draagkracht van de man de eerdergenoemde Eigenheimzulage niet in aanmerking genomen. Hetgeen het hof daartoe redengevend acht, te weten 'indien men hypotheekrente kan aftrekken, kan men geen aanspraak maken op de Eigenheimzulage', geeft…

Terug naar overzicht