Sign. - Kinderalimentatie en opslagkosten LBIO


Het hof overweegt dat de inhoud van de door het LBIO aan de man aan gestuurde brief voldoet aan de daaraan door de wet (in artikel 1:408 lid 5 BW) gestelde eisen. De wet zegt tevens dat de onderhoudsplichtige van het voornemen tot invordering over te gaan in kennis wordt gesteld bij bief met bericht van ontvangst. Het hof is met de rechtbank van oordeel dat het voorschrift van kennisgeving met bericht van ontvangst er toe dient te bewerkstelligen dat de gevolgen als bedoeld in artikel 1:408 BW alleen intreden als vaststaat dat de kennisgeving van het LBIO de onderhoudsplichtige daadwerkelijk bereikt. Het komt er op aan dat de onderhoudsplichtige van de inhoud van de brief op de hoogte is geraakt. Dat is hier het geval geweest. Indien de man de inhoud van de brief verkeerd heeft begrepen, komt dat, gelet op de duidelijke bewoordingen, voor zijn risico.
Het hof stelt vast dat de man aan de wettelijke eis van de regelmatige betalingen aan het LBIO niet heeft voldaan. Zijn stelling dat de vrouw en het LBIO dienen te worden vereenzelvigd, vloeit niet uit de wet voort; het tegendeel is het geval. Ook de opslagkosten blijft de man verschuldigd wanneer hij na de overname van de inning door het LBIO de alimentatiebedragen rechtstreeks aan de vrouw is blijven voldoen. Juist is de stelling van het LBIO dat een overeenkomst tussen de man en de vrouw het LBIO niet bindt, in de zin dat het LBIO naast hetgeen uit de overeenkomst voortvloeit in gevallen als de onderhavige een eigen aanspraak op de onderhoudsplichtige kan behouden, zoals die ter zake opslag- en executiekosten, …

Terug naar overzicht