Sign. - Kinderalimentatie en verblijfskosten


Partijen hebben een affectieve relatie gehad van 1999 tot en met 2006. Samen hebben ze twee kinderen gekregen, die de man erkend heeft. De kinderen hebben nu het hoofdverblijf bij de moeder. De rechtbank heeft bepaald dat de man maandelijks een bedrag ad € 272,50 per kind moet voldoen ter zake kosten van verzorging en opvoeding. De man heeft tegen deze beslissing appel ingesteld.
Volgens de man is de rechtbank ten onrechte uitgegaan van een uitgebreide zorgregeling en niet van een co-ouderschap. In dit kader is volgens hem relevant dat de kinderen de helft van de tijd bij hem verblijven en de helft van de tijd bij de moeder.
Het hof stelt vast dat de volgende omgangsregeling geldt: de vader heeft iedere woensdagnamiddag, vrijdagnamiddag tot maandagochtend en de helft van alle vakanties en feestdagen contact met de kinderen. Met betrekking tot de dochter is echter overeengekomen dat zij pas, in plaats van vrijdagnamiddag, zaterdagnamiddag naar de vader toekomt.
In tegenstelling tot het betoog van de vader, concludeert het hof – gelet op het gemotiveerde verweer van de moeder – dat de kinderen niet het grootste deel van de vakantie bij de vader verblijven. In dit geval is in de visie van het hof geen sprake van een co-ouderschap, maar van een uitgebreide zorgregeling.
Het hof berekent daarop de door de man verschuldigde kinderalimentatie, waarbij (onder meer) ook de aan de zorgregeling verbonden verblijfskosten aan de zijde van de man worden meegenomen. De kosten van het verblijf worden in beginsel berekend overeenkomstig de uitgangspunten van het Trema-rapport, waarin voor deze kosten een forfaitair bedrag van…

Verder lezen
Terug naar overzicht