Sign. - Kinderalimentatie: grove miskenning wettelijke maatstaven, dwaling of wijziging van omstandigheden?


In geschil is de door M aan V te betalen bijdrage kinderalimentatie ten behoeve van hun drie minderjarige kinderen. In hun echtscheidingsconvenant zijn partijen overeengekomen dat M maandelijks € 2.306 zal voldoen. M verzoekt het hof te bepalen dat de door hem te betalen kinderalimentatie wordt gesteld op maximaal € 384,33 per maand per kind, en de dienaangaande bepalingen in het echtscheidingsconvenant als vervallen te beschouwen.
Volgens M is bij de tussen partijen overeengekomen kinderalimentatie sprake geweest van grove miskenning van de wettelijke maatstaven zoals bedoeld in artikel 1:401 lid 5 BW. De overeengekomen bijdrage (€?2.306) staat in evidente wanverhouding tot de behoefte die zou zijn vastgesteld op basis van de wettelijke maatstaven bij voorlegging aan de rechtbank, aldus M.
Subsidiair stelt M dat er sprake was van wederzijdse dwaling op grond waarvan het echtscheidingsconvenant vernietigd, althans gewijzigd, dient te worden. Doordat de tabellen – fout – lineair zijn doorgetrokken en bij de behoeftelijst niet door de mediator is aangegeven dat het wooncomponent in de behoefte normaliter slechts 16% bedraagt, hadden partijen tijdens de bemiddelingsgesprekken een onjuiste voorstelling van zaken wat betreft de wijze waarop de behoefte van kinderen wordt bepaald. Voorts is M van mening dat sprake is van wijziging van omstandigheden. Zo heeft de nieuwe partner van V geweld jegens hem gebruikt, dreigt V met loonbeslag, moet M pensioenmaatregelen treffen en is er sprake van een precaire financiële situatie bij zijn werkgever. M voorziet dat hij zijn huis zal moeten verhuren en/of van werkgever moet veranderen hetgeen een wijziging van de zorgregeling en daarmee in de alimentatie zal betekenen.
Het hof oordeelt dat…

Terug naar overzicht