Sign. - Kinderalimentatie jongmeerderjarigen


Vaststaat dat partijen al vanaf 2003 niet meer samenleven en dat V kon voorzien in de kosten van levensonderhoud op basis van het bedrag dat M aan haar ter beschikking stelde: het bedrag van € 5.000 was dekkend om de kosten van het eenoudergezin te voldoen, waaronder de kosten van de twee kinderen.
Gezien deze zeer specifieke situatie acht het hof het inkomen van M minder relevant bij de bepaling van de behoefte van V. Voorts hecht het hof geen waarde aan het behoeftelijstje van V van € 6.464,68 netto per maand, aangezien V zelf heeft aangetoond dat zij en haar kinderen de afgelopen negen jaar konden leven van € 5.000 per maand. De door V opgevoerde uitgaven acht het hof buitensporig hoog, mede bezien de gelden die V de afgelopen negen jaar feitelijk ter beschikking stonden. Voor de bepaling van de behoefte van V acht het hof het redelijk om op het bedrag van € 5.000 de kosten van de (jongmeerderjarige) kinderen in mindering te brengen. Het hof acht de Nibud-tabellen – ondanks het feit dat de kinderen in Duitsland leefden – een redelijk objectieve maatstaf, mede bezien de economische samenhang tussen de Nederlandse en Duitse economie. Gelet op de tabel begroot het hof de kosten van de kinderen op (afgerond) € 1.200 per maand. Gelet op het voorgaande becijfert het hof de behoefte van V op een bedrag van € 3.800 netto per maand.
Niet in geschil is dat V sinds 1 juli 2011 uit dienstbetrekking een inkomen genereert en dat dit inkomen in mindering dient te worden gebracht op haar…

Terug naar overzicht