Sign. - LBIO diende geïnde alimentatie aan gerechtigde door te betalen ondanks hoger beroep


Het huwelijk tussen M en V, waaruit drie kinderen zijn geboren, is in 2012 door echtscheiding ontbonden. In de uitvoerbaar bij voorraad verklaarde echtscheidingsbeschikking (d.d. 18 januari 2012) is bepaald dat M aan V een kinderbijdrage van € 164 per maand per kind dient te voldoen. Omdat M regelmatig geen of te weinig alimentatie betaalt, geeft V op 1 maart 2012 de invordering van de kinderalimentatie in handen van het LBIO. In mei 2012 tekent M bezwaar aan tegen het inningsverzoek van het LBIO. Volgens M verrekent hij de alimentatie met een schuld en is hij tegen de alimentatiebeschikking in hoger beroep gegaan. Op 4 juni 2012 bericht het LBIO aan V dat het LBIO de inning overneemt, zodat de door M verschuldigde alimentatie rechtstreeks aan het LBIO voldaan dient te worden. Echter, twee maanden later schrijft het LBIO aan V dat het LBIO de door M verschuldigde alimentatie niet zal innen zolang het hof geen uitspraak in hoger beroep heeft gedaan: bedragen die te dier zake (desondanks) door het LBIO geïnd worden, worden in depot gehouden en niet doorbetaald aan V.
V vordert het LBIO te gebieden (1) de reeds geïnde, maar nog niet aan V doorgestorte alimentatiebedragen aan haar over te maken en (2) over te gaan tot (voortzetting van) de inning van de door M verschuldigde alimentatie op grond van de beschikking van 18 januari 2012 en de uit dien hoofde geïnde gelden maandelijks aan haar over te maken.
Het LBIO heeft in verband met het door M ingestelde hoger beroep besloten de inning wel voort te zetten, maar hetgeen geïnd is…

Terug naar overzicht