Sign. - Legaat was vervallen omdat legataris niet tijdig een verklaring had afgelegd


M is in 2007 overleden. In zijn testament heeft hij het vruchtgebruik van de nalatenschap aan zijn echtgenote V gelegateerd. Daarnaast heeft M aan V een keuzelegaat tegen inbreng van de waarde toegekend, onder de volgende bepaling: 'De legataresse zal zich ten aanzien van de door haar als zodanig begeerde goederen moeten verklaren binnen zes maanden na mijn overlijden, bij gebreke van welke verklaring het legaat, voor wat betreft de niet-aangewezen goederen geacht wordt vervallen te zijn.' Omdat V niet binnen de genoemde periode heeft verklaard dat zij van het keuzelegaat gebruik wil maken, stelt een van de erfgenamen (dochter D) dat dit legaat is vervallen. V betwist dit. Volgens haar gaat het niet om een fatale termijn, maar om een aansporingstermijn. Ter onderbouwing van haar standpunt verwijst V naar Hoge Raad 27 mei 1994 (NJ 1994, 536) en Hoge Raad 4 september 2009 (LJN BI7128).
De rechtbank overweegt het volgende. Anders dan in de door V genoemde arresten heeft de erflater in zijn testament aan het keuzelegaat niet alleen een tijdsbepaling verbonden, maar heeft hij voorts uitdrukkelijk bepaald dat het keuzelegaat komt te vervallen indien V niet binnen zes maanden na zijn overlijden verklaart dat zij van dit keuzelegaat gebruik wenst te maken. De rechtbank is dan ook van oordeel dat de bewoordingen van het testament een duidelijke zin hebben (artikel 4:46 BW). Omdat V niet binnen de genoemde termijn een beroep heeft gedaan op het keuzelegaat, is het legaat overeenkomstig de bewoordingen van het testament vervallen.
Nu in het testament tevens voor V een vruchtgebruiklegaat is opgenomen ten aanzien van dat gedeelte van…

Terug naar overzicht