Sign. - Man kan niet meer aan niet-wijzigingsbeding worden gehouden


Het huwelijk tussen M en V, waaruit drie (thans nog minderjarige) kinderen zijn geboren, is in 2008 door echtscheiding ontbonden. In de echtscheidingsbeschikking is onder meer bepaald dat M aan V maandelijks € 2.000 aan partneralimentatie moet betalen. In hun echtscheidingsconvenant hebben partijen een niet-wijzigingsbeding in de zin van artikel 1:159 lid 1 BW opgenomen. M verzoekt, met een beroep op artikel 1:159 lid 3 BW, onder meer de door hem te betalen en partneralimentatie op nihil te stellen. M voert aan dat zijn financiële situatie sinds 2008 is verslechterd. Omdat zijn onderneming al geruime tijd geen salaris meer aan hem heeft kunnen betalen, heeft hij sinds 1 september 2011 de vastgestelde bijdrage niet meer kunnen voldoen. V beroept zich op het niet-wijzigingsbeding in het echtscheidingsconvenant.
Vaststaat dat bij de totstandkoming van de afspraken over de partneralimentatie de behoefte van V tot uitgangspunt is genomen en dat het de intentie van partijen was dat de partneralimentatie volledig en gedurende een lange periode betaald zou (kunnen) worden uit de winst uit de ondernemingen van M.
Uit de door M overgelegde jaarrekening 2012 blijkt dat de onderneming verlies lijdt en een negatief eigen vermogen van € 1.501.816 heeft. De conclusie uit de jaarrekening 2012 is dat M geen inkomen uit de onderneming kan genereren en dat evenmin vermogen in de onderneming beschikbaar is om als salaris/dividend te kunnen opnemen.
Op grond van al het vorenstaande concludeert de rechtbank dan ook dat sprake is van een volkomen wanverhouding tussen wat partijen voor ogen stond en dat wat zich in werkelijkheid heeft voorgedaan. …

Verder lezen
Terug naar overzicht