Sign. - Man krijgt gebruiksrecht bijgebouwen echtelijke woning


M en V zijn in gemeenschap van goederen met elkaar gehuwd, welk huwelijk in 2012 door echtscheiding is ontbonden. De (ontbonden) huwelijksgoederengemeenschap is nog niet verdeeld. V woont in de voormalig echtelijke woning. M is zelfstandig ondernemer (tuinder).
In geschil is het gebruiksrecht van de bijgebouwen, waaronder de schuur, behorend bij de echtelijke woning. De rechtbank heeft in de echtscheidingsbeschikking het gebruiksrecht aan M toegewezen. V gaat in hoger beroep.
Volgens V heeft M de bijgebouwen niet nodig, omdat hij gebruik kan maken van de kasruimte van het bedrijf waarvoor hij werkzaamheden verricht. V stelt voorts dat het bij haar en de kinderen grote spanningen teweegbrengt als M gebruikmaakt van de bedrijfsruimte, terwijl bovendien de schuur bij de woning hoort. M weerspreekt dat hij kosteloos gebruik kan maken van de bedrijfsruimte van zijn opdrachtgever. Volgens M kan hij zijn onderneming pas weer winstgevend maken als hij ongehinderd gebruik kan maken van de bedrijfsgebouwen bij de echtelijke woning.
Het hof acht het redelijk en billijk om, zolang de ontbonden huwelijksgemeenschap nog niet is verdeeld, het gebruiksrecht van de bijgebouwen en de zich daarin bevindende goederen op de voet van artikel 3:169 BW aan M toe te kennen. M heeft genoegzaam aangetoond dat hij de bijgebouwen nodig heeft voor het winstgevend kunnen uitoefenen van zijn bedrijf. Het huren van een bedrijfsruimte van derden brengt hoge kosten met zich mee en verlaagt de voor alimentatie beschikbare draagkracht van M, hetgeen niet in het belang is van V en de (minderjarige) kinderen. Het hof verwacht van V en haar familie dat zij zich onthouden van inbraak in de bijgebouwen en…

Terug naar overzicht