Sign. - Man mag uitspraken blijven doen over ex-vrouw


De voorzieningenrechter oordeelt dat M uitlatingen over zijn ex-echtgenote V in de media en tegenover anderen mag blijven doen. Uitgangspunt is dat M, die bang is dat V hun dochter D iets aan wil doen, zijn angst hierover mag uiten, ook als dit kwetsend is voor V. Hij mag daarmee echter niet zover gaan dat hij onwaarheden of ongefundeerde stellingen verkondigt.
V is in 2010 veroordeeld tot een gevangenisstraf en TBS met voorwaarden wegens een poging tot moord op twee kinderen van het echtpaar. Zoon Z heeft in 2011 zelfmoord gepleegd. M is bang dat V, nu haar behandeling ten einde loopt, D opnieuw iets aan wil doen. V wil in het kader van haar resocialisatie haar ouders bezoeken, die net als M en D in Enschede wonen. M heeft de media ingeschakeld om dit te voorkomen. V vindt dat zij door deze – voor haar negatieve – publiciteit belemmerd wordt in haar resocialisatie en eist in kort geding dat M stopt met het doen van uitlatingen in de media over haar. Ook wil ze niet dat M de data waarop zij naar Enschede komt aan derden bekendmaakt.
De voorzieningenrechter stelt voorop dat iedereen de vrijheid heeft om zijn mening te uiten, ook wanneer deze mening negatief is voor een ander. Dit recht wordt wel begrensd wanneer iemand in zijn eer of goede naam wordt aangetast. De uitingen van M moeten worden gezien in het licht van de ernst van het door V gepleegde delict en de gevolgen daarvan voor M en de kinderen. Het is volgens de voorzieningenrechter goed voor te stellen dat M vreest dat V opnieuw D iets aan wil…

Terug naar overzicht