Sign. - Man moet meewerken aan verkoop voormalige echtelijke woning


M en V zijn gewezen echtelieden. Tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap behoort de voormalige echtelijke woning, waar M na de echtscheiding alleen is blijven wonen. V wil dat M meewerkt aan de verdeling van de woning door zijn medewerking te verlenen aan de verkoop en levering aan de thans in beeld zijnde potentiële kopers. M is daartoe slechts bereid als hij vóór de beoogde leveringsdatum van de plaatselijke woningbouwcorporatie een passende (sociale) huurwoning naar zijn zin in zijn geboortedorp toegewezen krijgt. De voorzieningenrechter stelt voorop dat niemand kan worden verplicht om (nog langer) in een onverdeelde gemeenschap te blijven en dat – op grond van artikel 3:178 BW – iedere deelgenoot te allen tijde verdeling van een gemeenschappelijk goed kan vorderen. Daarbij dienen de deelgenoten zich te gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. De woning, waarvan partijen ieder voor de onverdeelde helft eigenaar zijn, valt in de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap en moet dus, nu V daarom vraagt, verdeeld worden.
Aangezien al bij de echtscheidingsbeschikking van 30 juli 2010 de verdeling van de huwelijksgoederengemeenschap van partijen is gelast maar het tot een volledige uitvoering daarvan nooit is gekomen, is de voorzieningenrechter van oordeel dat V recht heeft op verdeling van de woning binnen een redelijke termijn.
De vraag die dan rijst is of de door M gestelde voorwaarde aan zijn medewerking, gelet op alle relevante feiten en omstandigheden, naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid geoorloofd is.
Vaststaat dat geen van beide partijen in staat is de ander uit te kopen, zodat de woning wel aan derden verkocht en geleverd moet worden om tot opheffing van de onverdeeldheid te komen. De enige…

Terug naar overzicht