Sign. - Man vraagt eigen faillissement aan: geen nihilstelling partneralimentatie


De man heeft aangevoerd dat – wat er ook zij van de redenen voor het aanvragen van het faillissement – niet van hem kan worden gevergd dat hij gedurende zijn faillissement alimentatie aan de vrouw betaalt. Hij wijst erop dat de rechter-commissaris nu eenmaal een vrij te laten bedrag van € 982,14 heeft vastgesteld en dat dat bedrag onder het bijstandsniveau ligt.
Het hof is het met de man eens dat in een dergelijke situatie een uitkering tot levensonderhoud ten behoeve van een ex-partner in de regel op nihil wordt gesteld gedurende de duur van het faillissement. Het hof ziet echter aanleiding in dit geval anders te beslissen. Kort gezegd is niet aannemelijk dat er voor de man een objectieve noodzaak bestond zijn faillissement aan te vragen, heeft hij de vrouw hierdoor aanzienlijk financieel nadeel berokkend en heeft hij in de faillissementsprocedure bovendien de belangen van de vrouw ernstig verwaarloosd.
Naar het oordeel van het hof rust op de man de plicht zodanige maatregelen te treffen dat hij alsnog aan de verplichtingen ten opzichte van de vrouw kan voldoen. Dergelijke mogelijkheden zijn ook aanwezig, althans niet bij voorbaat kansloos. Zo kan de man met zijn schuldeisers een akkoord treffen als bedoeld in artikel 138 Fw. De aard en omvang van de schuldenlast van de man is niet zodanig dat reeds bij voorbaat moet worden aangenomen dat er geen redelijke kans is dat een dergelijk akkoord wordt bereikt.
De conclusie is dat het faillissement van de man en de daaruit voor hem voortvloeiende financiële beperkingen geen gewijzigde omstandigheid van dien aard is dat de beschikking van 27 juli 2010 niet langer in stand kan blijven.

(Gerechtshof Amsterdam…

Terug naar overzicht