Sign. - Meerwaardeclausule in samenlevingscontract gold niet bij overlijden


Voor de aankoop van een nieuwbouwwoning heeft M geld geleend van zijn vriendin V. In het notariële samenlevingscontract dat M en V daarna met elkaar hebben gesloten, is onder meer bepaald dat V bij 'ontbinding van het samenlevingsverband' naast het geleende bedrag recht heeft op de helft van het verschil tussen de waarde van M's woning bij het begin van het samenlevingsverband en de waarde bij het einde van het samenlevingsverband. Na het overlijden van V twisten M en de kinderen van V over de vraag of M verplicht is om de meerwaarde van de woning met de kinderen te verrekenen.
Het hof stelt vast dat het geschil de uitleg van de meerwaardeclausule betreft. Hierbij kan niet worden volstaan met een zuiver taalkundige uitleg, maar moet worden gelet op hetgeen partijen over en weer hebben verklaard en uit elkaars verklaringen en gedragingen – overeenkomstig de zin die zij daaraan in de gegeven omstandigheden redelijkerwijs mochten toekennen – hebben afgeleid, en van hetgeen zij te dien aanzien redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten (Haviltex-criterium).
Vaststelling van hetgeen M en V bij het aangaan van de overeenkomst over en weer hebben verklaard en van hetgeen zij redelijkerwijs van elkaar mochten verwachten, wordt in de onderhavige zaak bemoeilijkt, omdat zowel V als de notaris die het contract heeft opgesteld zijn overleden. De notaris heeft wel in een e-mail aan zijn opvolger vastgelegd welke uitleg volgens hem aan de litigieuze clausule moet worden gegeven: 'Met ontbinding wordt bedoeld de ontbinding tussen partijen overeengekomen, hetgeen niet het geval is.'
Volgens het hof is hier verder van belang dat elders in het samenlevingscontract een verblijvingsbeding is opgenomen, op…

Verder lezen
Terug naar overzicht