Sign. - Mijn en dijn in het huwelijk


Dit artikel is een bewerking van de rede die de auteur op 21 oktober 2011 uitsprak ter gelegenheid van zijn afscheid als bijzonder hoogleraar Huwelijksvermogens- en Erfrecht aan de Universiteit van Amsterdam. Daarin wordt aandacht besteed aan de overeenkomst die in 2010 tot stand is gekomen tussen Duitsland en Frankrijk, maar nog niet is geratificeerd. Deze overeenkomst is een uitvloeisel van de afspraak die in 1963 werd gemaakt om het familierecht van beide landen met elkaar in overeenstemming te brengen. Er is hier geen sprake van een verwijzingsregel (IPR), maar wel van het bieden van de mogelijkheid aan de (aanstaande) echtgenoten een in de overeenkomst opgenomen stelsel van huwelijksvermogensrecht toepasselijk te verklaren. De auteur vraagt zich af of Nederland gebruik zou moeten maken van de mogelijkheid van toetreding tot de overeenkomst.

(prof.mr. A.L.G.A. Stille, TE – Tijdschrift Erfrecht, 2012/1, p. 2)

Terug naar overzicht