Sign. - Minderjarige verzoekt zelf om gezagswijziging


M en V zijn met elkaar gehuwd geweest, welk huwelijk in 2011 door echtscheiding is ontbonden. Uit het huwelijk van partijen zijn twee – thans nog minderjarige – kinderen geboren, onder wie de nu 17-jarige dochter D. M en V zijn gezamenlijk belast met het gezag over de minderjarigen. In de echtscheidingsbeschikking is door de rechtbank bepaald dat de minderjarigen hun hoofdverblijfplaats bij V hebben. D verblijft echter sinds december 2011 bij M. D is in 2012 onder toezicht gesteld. Zij heeft de rechtbank schriftelijk laten weten dat zij graag wil dat M zeggenschap over haar heeft. M kan zich daarin vinden, V en de gezinsvoogd niet. D voert aan dat zij bij V niet goed werd behandeld waardoor zij eind december 2011 bij M is gaan wonen. V wil geen contact met haar en belemmert het contact tussen haar en haar jongere zusje (die nog bij V verblijft), aldus D. Omdat V zaken, bijvoorbeeld voor school, tegenwerkt, verzoekt D om het eenhoofdig gezag aan M toe te kennen.
De rechtbank stelt vast dat op grond van artikel 1:251a lid 4 BW (de zogeheten 'informele rechtsingang voor een minderjarige') de rechtbank ambtshalve, mits blijkt dat de minderjarige hier prijs op stelt, kan beslissen dat het gezag over een kind aan één ouder toekomt, als bedoeld artikel 1:251a lid 1 BW. Gebleken is dat tussen M en V veel strijd bestaat en dat er geen communicatie plaatsvindt. Hoewel er een groot risico bestaat dat D klem en/of verloren raakt tussen haar ouders, ziet de rechtbank nog mogelijkheden dat de situatie…

Verder lezen
Terug naar overzicht