Sign. - Niet verschijnen in hoger beroep komt vrouw duur te staan


Bij beschikking van 30 oktober 2012 heeft de rechtbank, op grond van duurzame ontwrichting van het huwelijk, de echtscheiding tussen M en V (beiden van Marokkaanse nationaliteit) uitgesproken. Hiertegen is V in hoger beroep gekomen; zij kan om haar moverende en religieuze redenen niet instemmen met de echtscheiding. Alvorens men kan spreken van 'ontwrichting van het huwelijk', dienen volgens het Marokkaanse recht eerst alle mogelijkheden tot mediation of verzoening te worden uitgeput. V staat open voor bemiddeling door familie of vrienden van partijen. Nu echter geen sprake is van uitputting van bovenvermelde mogelijkheden, dient de bestreden beschikking te worden vernietigd, aldus V.
Nu M volhardt in zijn standpunt dat hij niet meer wenst samen te leven met V en in aanmerking nemende dat tussen partijen vaststaat dat zij inmiddels al twee jaren gescheiden wonen en leven, is het hof van oordeel dat wel degelijk sprake is van een ontwrichting die als duurzaam kan worden aangemerkt (artikel 1:151 BW). Het hof betrekt daarbij dat V, door in hoger beroep niet ter zitting te verschijnen, het hof de mogelijkheid heeft onthouden zich een eigen indruk te vormen omtrent de beweegredenen van V voor haar verzet tegen de door M verzochte echtscheiding. De geloofsovertuiging van V staat naar het oordeel van het hof niet in de weg aan het uitspreken van de echtscheiding. Het hof passeert de stelling van V dat eerst alle mogelijkheden tot mediation of verzoening moeten worden uitgeput, aangezien Nederlands recht van toepassing is en naar dat recht uitsluitend het criterium van 'duurzame ontwrichting' geldt. Naar het oordeel van het hof heeft V de onderhavige procedure nodeloos ingesteld…

Terug naar overzicht