Sign. - Nietigverklaring geregistreerd partnerschap


De vraag is of de man bij volle verstand was op het moment van aangaan van het geregistreerd partnerschap. Uit het in geding gebrachte rapport van een deskundige is gebleken dat de man aan een vergevorderde vorm van dementie (een vorm van alzheimer) lijdt. De deskundige heeft geconcludeerd dat de geestesvermogens van de man op dat moment reeds zodanig gestoord waren dat hij niet in staat was zijn wil te bepalen of de betekenis van de toen door hem afgelegde verklaring te begrijpen en (daardoor) in dwaling heeft verkeerd omtrent de betekenis van de toen door hem afgelegde verklaring.
Partijen zijn op 21 april 2009 een geregistreerd partnerschap aangegaan. De man is in 2005 reeds onderzocht in verband met achteruitgang in het geheugen. Dat onderzoek leidde tot de conclusie dat sprake was van cognitieve stoornissen met hiaten in de inprenting, het recente geheugen en ook uitvoerende functiestoornissen. De man is in 2008 weer onderzocht in verband met toenemend geheugenverlies, waarbij werd vastgesteld dat de man een vorm van selectief geheugenverlies had. De vrouw heeft verklaard dat de man zeven, acht keer na elkaar hetzelfde kon vragen. Daarnaast hebben familieleden en vrienden verklaard dat de man hen verteld heeft dat hij niet wilde huwen of geen geregistreerd partnerschap wenste aan te gaan en dat hij zijn vermogen niet wenste te delen.
Volgens de rechtbank is voldoende aannemelijk geworden dat de man ten tijde van het aangaan van het geregistreerd partnerschap niet in staat was de vergaande consequenties van het verrichten van deze rechtshandeling te overzien. De rechtbank verklaart het geregistreerd partnerschap nietig, doch stelt de vrouw wel in de gelegenheid tot het leveren van tegenbewijs.
Het door…

Terug naar overzicht