Sign. - Nieuwe inlenersaansprakelijkheid op grond van art. 7:692 BW


In dit artikel wordt de nieuwe inlenersaansprakelijkheid op grond van art. 7:692 BW besproken. Sinds 1 januari 2010 is deze bepaling opgenomen in het Burgerlijk Wetboek. Lid 1 van dit artikel bepaalt dat de inlener van in Nederland verrichte arbeid hoofdelijk aansprakelijk is voor de voldoening van het minimumloon aan de uitzendkracht. Lid 2 bepaalt dat die hoofdelijke aansprakelijkheid niet geldt indien de inlener de uitzendkracht betrekt van een gecertificeerd uitzendbureau. De achtergrond van de nieuwe bepaling is het terugdringen van fraude en illegaliteit in de uitzendbranche en het verder stimuleren dat inleners gebruikmaken van gecertificeerde bureaus. Mr. Boot schrijft in de conclusie dat art. 7:690 BW een vreemde vis in de bijt is en dat het eerder een bepaling van arbeidsmarktpolitiek lijkt dan dat het op een voor lange tijd geldende wijze de relatie regelt tussen uitzendbureau, uitzendkracht en inlener. Hij verwacht niet dat op het artikel daadwerkelijk vaak een beroep zal worden gedaan. Wellicht zal het een preventief effect hebben, in de zin dat het helpt fraude, illegaliteit en ontduiking van het minimumloon in de uitzendwereld te verminderen.

(Mr. G.C. Boot, Nieuwe inlenersaansprakelijkheid op grond van art. 7:692 BW, ArbeidsRecht 2011/2, p. 12-16)

(Mr. G.C. Boot, Nieuwe inlenersaansprakelijkheid op grond van art. 7:692 BW, ArbeidsRecht 2011/2, p. 12-16)

Verder lezen
Terug naar overzicht