Sign. - Ombudsman: LBIO had gewoon moeten innen


M en V zijn in 2010 gescheiden. Bij beschikking van de rechtbank is bepaald dat M maandelijks € 512 aan partneralimentatie aan V dient te voldoen. In april 2011 stopt M zijn betalingen aan V, die daarop in juni 2011 het LBIO inschakelt om namens haar de inning te verrichten.
Op 16 september 2011 legt het LBIO loonbeslag bij M. Vier dagen later vindt er in verband daarmee een kort geding plaats. De advocaat van V vraagt voorafgaand daaraan aan de advocaat van M of deze in het kort geding ook opkomt tegen de alimentatieverplichting. De advocaat van M beantwoordt die vraag ontkennend. Op 6 oktober 2011 ontvangt V van het LBIO het bericht dat de beslaglegging is opgeschort. Reden daarvoor is dat M een verzoek tot nihilstelling van de partneralimentatie heeft ingediend, omdat (1) V inmiddels samenwoont als ware zij gehuwd en (2) hij vanwege een inkomensachteruitgang niet meer in staat is aan zijn verplichting te voldoen.
V is het daar niet mee eens. Enerzijds, omdat zij betwist samen te wonen, anderzijds omdat de rechter nog geen uitspraak over de nihilstelling heeft gedaan. Tot die tijd heeft het LBIO zich te houden aan de geldende beschikking, aldus V.
V klaagt er bij de Nationale Ombudsman over dat het LBIO, naar aanleiding van de enkele mededeling van M dat V samenwoonde, de inning van de partneralimentatie heeft opgeschort. V vindt het onbegrijpelijk dat het LBIO daartoe is overgegaan met als onderbouwing (1) dat het LBIO niet kan beoordelen of er al dan niet sprake is van samenwoning, (2) het LBIO niet het risico wil lopen achteraf opslagkosten…

Verder lezen
Terug naar overzicht