Sign. - Ongeoorloofde verhuizing?


Is sprake van ongeoorloofde overbrenging door de vader nadat in hoger beroep de toestemming aan de moeder om te verhuizen is onthouden, terwijl aan de in eerste aanleg verleende toestemming uitvoering was gegeven? Vaststaat dat de minderjarigen, voorafgaande aan hun vertrek met de moeder naar Spanje (eind maart 2010), hun gewone verblijfplaats bij partijen in Nederland hadden. In geschil is allereerst of de gewone verblijfplaats van de minderjarigen is gewijzigd in Spanje door hun verblijf aldaar gedurende de periode van eind maart 2010 tot 28 februari 2011.
Het hof is van oordeel dat de rechtbank op juiste gronden heeft geoordeeld dat de gewone verblijfplaats van de minderjarigen met de verhuizing naar Spanje eind maart 2010 naar dit land is verplaatst en dat het centrum van hun bestaan vanaf de verhuizing tot het moment van de overbrenging door de vader van de minderjarigen naar Nederland in dit land gelegen was. Het hof neemt deze gronden over en maakt deze tot de zijne. Het hof neemt daarbij mede in aanmerking de door de moeder gestelde intentie en haar gedragingen. Immers, nadat door Rechtbank 's-Gravenhage bij (uitvoerbaar bij voorraad verklaarde) beschikking van 25 maart 2010 aan de moeder vervangende toestemming is verleend om per 28 maart 2010 met de minderjarigen te verhuizen naar Spanje, is zij eind maart 2010 op rechtmatige wijze met de minderjarigen naar Spanje verhuisd. Het betrof een vertrek naar Spanje voor onbepaalde duur, dat in alle rust door de moeder is voorbereid. Deze duur leidt, in combinatie met de overige feiten en omstandigheden, zoals het hebben van de Spaanse nationaliteit, de familiaire en sociale betrekkingen van de moeder in Spanje, …

Verder lezen
Terug naar overzicht