Sign. - Onnodige uitlokking eigen faillissement alimentatieplichtige


M en V zijn in 1985 met elkaar gehuwd, welk huwelijk in 2010 door echtscheiding is ontbonden. Bij beschikking van 27 juli 2010 heeft het hof de onderhoudsbijdrage die M aan V dient te voldoen bepaald op € 975 per maand. Enkele dagen na de datum van de beschikking van het hof heeft M zijn eigen faillissement aangevraagd, zonder medewerking van V als bedoeld in artikel 4 lid 2 Fw en zonder haar over deze aanvraag te informeren. Het faillissement is door de rechtbank op 31 augustus 2010 uitgesproken. M heeft V eerst na het verstrijken van de termijn van verzet (artikel 10 Fw) op de hoogte gesteld van het faillissement. M verzoekt de door hem te betalen partneralimentatie op nihil te stellen, ten minste voor de duur van zijn faillissement en van een eventueel daarop volgende toepassing van de WSNP, aangezien zijn draagkracht als gevolg van het faillissement is afgenomen.
Volgens V heeft M zijn faillissement zonder noodzaak aangevraagd. De aard en omvang van zijn schulden rechtvaardigden geen faillissement, aldus V.
De rechtbank heeft het verzoek van M toegewezen. In hoger beroep vernietigt het hof de beschikking van de rechtbank en wijst het verzoek van M alsnog af. Volgens het hof had M ruim voldoende inkomen om te voldoen aan zijn verplichtingen uit zijn lopende schulden aan zijn grootste schuldeisers, terwijl zijn andere, geringere schulden geen rol hebben gespeeld bij zijn aangifte tot faillietverklaring. De door de rechtbank vastgestelde alimentatie kon voor M geen probleem zijn ten tijde van die aangifte, aldus het hof. M was jegens V gehouden om, alvorens zijn eigen faillissement aan te vragen, eerst minder ingrijpende…

Terug naar overzicht