Sign. - Ontkenning vaderschap


Partijen zijn in 1972 gehuwd. Uit hun huwelijk is in 1995 een zoon geboren. De man heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend. De minderjarige zoon verblijft bij de vrouw.
De man verzoekt de ontkenning van zijn vaderschap van de minderjarige, alsmede een DNA-test om te kunnen vaststellen dat hij niet de biologische vader van de minderjarige is.
De man stelt dat hij pas in september 2010 op de hoogte is geraakt van het feit dat de minderjarige niet zijn kind zou zijn. Hij is van dit nieuws erg in de war geraakt en heeft steun gezocht bij een psychiater. De man acht het voor zijn geestestoestand zeer belangrijk dat hij zeker weet of de minderjarige al dan niet zijn kind is. Hij vermoedt echter sterk dat zijn voormalige schoonzoon de biologische vader is.
De vrouw stelt dat de man al vóór de geboorte van de minderjarige wist dat hij mogelijk niet diens vader is. De man vond het geen probleem de minderjarige desondanks te verzorgen en op te voeden als ware het zijn eigen kind. Ook de andere kinderen van partijen wisten van de onzekerheid over het vaderschap. De vrouw wijst verder op de beide door haar overgelegde versies van het geboortekaartje van de minderjarige. Op de ene versie van het kaartje staan de man en de vrouw vermeld als ouders. Op de andere versie staan de schoonzoon en een dochter van partijen. De man heeft die kaartjes laten drukken. Hij zou nooit de tweede versie hebben laten drukken als hij niet had geweten dat de minderjarige mogelijk niet zijn kind was. Het is de man er met deze procedure slechts om te doen onder…

Terug naar overzicht