Sign. - Ontslag statutair bestuurder


A, B en C zijn samen eigenaar van een schildersbedrijf. Zij hebben ieder een eigen management-bv (A, B en C Beheer BV). Deze bv's houden de aandelen in D Beheer BV, waarvan zij ook bestuurder zijn. D Beheer BV ten slotte, houdt de aandelen in Schildersbedrijf BV. De drie managementbv's zijn een managementovereenkomst aangegaan met Schildersbedrijf, op grond waarvan A, B en C ter beschikking worden gesteld. B en C sturen aan op het vertrek van A. Het ontslag van A Beheer als bestuurder van D Beheer A heeft niet aannemelijk gemaakt dat (de totstandkoming van) het ontslagbesluit naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar is. Nu voorts niet is gesteld of gebleken dat het ontslagbesluit in strijd is met enig ander wettelijk of statutair voorschrift, blijft het ontslagbesluit onaangetast. De vordering tot wedertewerkstelling van A Beheer als bestuurder van D Beheer wordt afgewezen. De opzegging van de managementovereenkomst tussen A Beheer en Schildersbedrijf Als uitgangspunt geldt dat een besluit tot ontslag van een statutair bestuurder in beginsel ook de beëindiging van de managementovereenkomst tot gevolg heeft. De te verrichten werkzaamheden uit hoofde van de managementovereenkomst hangen doorgaans nauw samen met de hoedanigheid van bestuurder. In de omstandigheden van het onderhavige geval ziet de voorzieningenrechter aanleiding om af te wijken van dit uitgangspunt. Het statutair bestuurderschap van A Beheer speelt in de praktijk geen enkele rol bij de invulling van de managementovereenkomst. De werkzaamheden van A bestaan voor 90% uit calculatie en voor het overige uit telefonie- en wagenparkbeheer en van het uitvoeren van bestuurderstaken is amper of geen sprake. Waar partijen altijd…

Verder lezen
Terug naar overzicht