Sign. - Ontslag van een statutair directeur is minder snel kennelijk onredelijk dan het ontslag van een gewone werknemer. De rechter toetst marginaal


Werknemer is per 1 januari 2008 in dienst getreden van werkgever en per die datum benoemd tot statutair directeur/CEO. Zijn laatstelijk maandsalaris bedroeg € 12.500. Werknemer is op 11 januari 2010 door de RvC geschorst en per 1 maart 2010 door de AVA ontslagen, vanwege het wegvallen van vertrouwen nadat werknemer ongeloofwaardige verhalen over een mogelijke investeerder aan de RvC had voorgehouden, werknemer zijn vriendin wegens haar paranormale gaven bij besluitvorming betrok, geen duidelijke koers uitzette en de jaarrekening tegenviel. De rechtbank acht het ontslag niet kennelijk onredelijk. Een directeur wordt geworven op zijn persoonlijke kwaliteiten, welke kwaliteiten in belangrijke mate de basis vormen voor de ontwikkeling en daarmee de winstgevendheid van het bedrijf. Omdat de leiding van de onderneming als het ware persoonlijk in handen wordt gelegd van de CEO, is het in hem gestelde vertrouwen door de RvC essentieel. Dat vertrouwen wordt geschonken, maar kan op elk moment blijken te ontbreken, met haast noodzakelijkerwijs het vertrek van de bestuurder als consequentie. Vanwege deze fragiele basis van zijn functie pleegt een CEO een betrekkelijk hoge beloning te ontvangen, veelal in combinatie met tevoren vastgelegde afspraken omtrent financiële consequenties van een voortijdig vertrek van de directeur. Dit brengt met zich mee dat het ontslag van een directeur aanzienlijk minder snel door de rechter als lsquokennelijk onredelijkrsquo kan worden gekwalificeerd dan het ontslag van een lsquogewone' werknemer. De redelijkheid van een aan de CEO gegeven ontslag zal de rechter marginaal toetsen.

(Rb. Groningen 22 december 2010, LJN BO9702)

(Rb. Groningen 22 december 2010, LJN BO9702)

Verder lezen
Terug naar overzicht