Sign. - Opheffing beslag op gemeenschappelijk huis wegens onjuist verlofrekest


Na hun echtscheiding hebben M en V hun woning verkocht aan een derde. Dit huis behoort tot de ontbonden huwelijksgemeenschap van M en V. Nadat X daartoe verlof had verkregen, heeft X in verband met een vordering op M conservatoir beslag gelegd op diens onverdeelde helft in de woning. In kort geding vorderen M en V dat het beslag wordt opgeheven, omdat X beslag heeft gelegd op de onverdeelde helft van M in de woning, terwijl hij verlof heeft gevraagd – en verkregen – om beslag te leggen op de woning in eigendom van M.
Volgens de voorzieningenrechter heeft X in het verlofrekest de woning aangeduid als 'de onroerende zaak in eigendom van [M]', terwijl dat onjuist is omdat M gerechtigd is tot de onverdeelde helft. Omdat in het verzoekschrift onjuiste althans onvolledige gegevens zijn voorgelegd omtrent evident van belang zijnde omstandigheden, ligt de vordering tot opheffing van het beslag voor toewijzing gereed (vgl. Rechtbank Haarlem 10 juli 2009, ECLI:NL:RBHAA:2009:BJ3022, en Rechtbank Haarlem 16 januari 2012, ECLI:NL:RBHAA:2012:BV3921). Nu M en V er belang bij hebben dat het beslag op korte termijn wordt doorgehaald, wordt X veroordeeld om binnen twee dagen het beslag in de openbare registers door te halen op straffe van een dwangsom.

(Voorzieningenrechter Rechtbank Almelo 29 juli 2013, ECLI:NL:RBOVE:2013:1654)

Terug naar overzicht