Sign. - Opzegging kredietrelatie na fraude


Gedaagden (in conventie) zijn betrokken geweest bij meerdere gevallen van hypotheekfraude, waarbij de bank door het gebruik van valse of vervalste documenten is bewogen tot het verstrekken van hypothecaire geldleningen aan derden. Van de bank kan redelijkerwijs niet worden gevergd dat zij tegen haar zin in een contractuele verhouding blijft staan met de personen die meermalen betrokken zijn geweest bij jegens haar gepleegde frauduleuze handelingen. Dat gedaagden hun eigen (op te zeggen) overeenkomsten van geldlening zijn aangegaan als natuurlijke personen, terwijl zij als bestuurder/ werknemer of gemachtigde van een rechtspersoon betrokken waren bij de fraude is niet relevant, al was het maar omdat een rechtspersoon altijd handelt via een natuurlijke persoon. Een bank heeft, gelet op de vereiste vertrouwensrelatie met haar cliënten, een gerechtvaardigd belang om haar relatie te beëindigen in het geval van fraude, ongeacht de hoedanigheid waarin de fraude is gepleegd. Daarbij komt dat een van de gedaagden de haar verweten handelingen verrichtte als natuurlijk persoon, handelend onder de naam Astoria. De bank maakt dan ook geen misbruik van haar bevoegdheid door de relatie met gedaagden op te zeggen en over te gaan tot opeising van de geldleningen op grond van de Algemene Bepalingen van geldlening en de Algemene voorwaarden van de bank. Indien de opgeëiste hypothecaire leningen niet binnen een redelijke termijn worden terugbetaald, is de bank op grond van het bepaalde in art. 3:268 BW gerechtigd om over te gaan tot parate executie. Daarbij is het redelijk dat aan gedaagden een termijn van minimaal 6 maanden wordt gegeven voor onderhandse verkoop, nu al vanaf de opzegging van 28 januari 2009 rekening had kunnen worden gehouden met het…

Verder lezen
Terug naar overzicht