Sign. - Ouder die het meest openstaat voor gezamenlijke invulling ouderschap wordt belast met gezag


De vader en moeder van minderjarige M zijn verdeeld over (onder meer) het gezag en de hoofdverblijfplaats van M, de omgangsregeling, en de door de moeder te overleggen informatie over vliegtickets van en naar Amerika. De rechtbank heeft een beschikking gegeven. De man gaat in beroep.
Het hof stelt vast dat gebleken is dat er een onaanvaardbaar risico bestaat dat M klem of verloren zal raken tussen de ouders. De strijd tussen hen is dermate groot dat zij niet in staat zijn om hun onderlinge relatie als ouders van M vorm te geven. Gelet op de situatie is het hof van oordeel dat gezamenlijk gezag niet langer uitvoerbaar is. In het belang van M acht het hof het noodzakelijk dat één van de ouders met het gezag wordt belast. Zowel de moeder als de vader wordt in staat geacht het gezag over M alleen uit te oefenen. De vader staat naar het oordeel van het hof echter meer open voor de invulling van een gelijkwaardig ouderschap en de bevordering van de banden met de andere ouder. Hij wordt door het hof in staat geacht daaraan invulling te geven op een zodanige wijze dat de moeder een belangrijke rol in het leven van M blijft vervullen. In de proceshouding van de moeder daarentegen ziet het hof belemmeringen om, bij eenhoofdig gezag van de moeder, de vader een rol van betekenis te laten behouden in het leven van M.
Bij de afwegingen heeft het hof betrokken dat de vader in het verleden is veroordeeld voor ontucht met minderjarigen, maar dit gegeven acht het hof van onvoldoende gewicht om daaraan thans nog een doorslaggevende betekenis toe te kennen. Het…

Terug naar overzicht