Sign. - Overgang van substantiële activa en onderlinge verwevenheid van verkopende en
kopende rechtspersoon impliceert niet automatisch overgang van
onderneming


De werknemer trad in 2001 in dienst van E.M.M. Productions B.V. (Productions) en was statutair directeur van Productions. Voorts wordt 35% van de aandelen in Productions door de werknemer gehouden. Productions wordt geheel gefinancierd door E.M.M. International B.V. (International), International en Productions zijn in hetzelfde pand gevestigd en sinds begin 2010 verzorgt International de administratie en bankzaken van Productions. In december 2010 bedroeg de vordering in rekening-courant van International op Productions € 3,3 miljoen. In diezelfde maand kocht International voor een koopprijs van € 1,7 miljoen van Productions matrijzen en patenten door middel waarvan het vervaardigen van de producten van drie productlijnen van Productions ter hand kon worden genomen. In januari 2011 ontsloeg de AvA van Productions de werknemer als statutair directeur en werd zijn arbeidsovereenkomst opgezegd met inachtneming van de contractuele opzegtermijn van zes maanden. De werknemer stelt zich in kort geding op het standpunt dat zijn arbeidsovereenkomst in december 2010 in verband met de voormelde verkooptransactie tussen International en Productions op grond van art. 7:663 BW van rechtswege is overgegaan naar International. International stelt dat de activa op instigatie van de bank aan haar werden overgedragen ter veiligstelling van haar rekeningcourantvordering op Productions. Deze activa zijn vervolgens aan Productions in gebruik gegeven en Productions heeft de activiteiten daarna voortgezet, voor zover daarvan al sprake is want volgens International wordt er niets meer geproduceerd. De kantonrechter overweegt dat voor de vraag of sprake is van overgang van onderneming weliswaar van belang is dat tussen International en Productions een sterke (in elk geval) feitelijke verwevenheid…

Verder lezen
Terug naar overzicht