Sign. - Pand is privé omdat ouders de koopprijs voor meer dan 50% direct kwijtscholden


M en V zijn gehuwd in algehele gemeenschap van goederen. In 1993 koopt M van zijn ouders een schuur voor ƒ 52.000. Op de dag van de levering wordt de koopprijs omgezet in een geldlening en schelden de ouders hiervan ƒ 34.996 kwijt, onder toepassing van de uitsluitingsclausule. Drie maanden later sluiten M en V een hypotheek, waarmee zij de schuur verbouwen tot woning. Naar aanleiding van hun echtscheiding in 2008 twisten M en V over de vraag of het huis behoort tot de ontbonden huwelijksgoederengemeenschap, of tot het privévermogen van M.
De rechtbank oordeelde dat de woning in de huwelijksgemeenschap is gevallen. In hoger beroep overweegt het hof evenwel het volgende. In casu is het perceel betaald met geld dat M met dat doel van zijn ouders heeft geleend. De ouders hebben een deel van de lening kwijtgescholden met uitsluitingsclausule. Lening, koop, overdracht en kwijtschelding zijn gelijktijdig gebeurd. Nu M door de kwijtschelding een deel van de voor de koop verschuldigde tegenprestatie geschonken heeft gekregen en de schenking is verrekend met het recht op voldoening van de verschuldigde koopprijs, is het hof van oordeel dat de tegenprestatie voor meer dan de helft ten laste van het privévermogen van M is gekomen.
Het ligt voor de hand de maatstaf van het tot 1 januari 2012 geldende artikel 1:124 lid 2 BW hier toe te passen. Volgens die bepaling blijft een goed buiten de gemeenschap als het voor meer dan 50% is gefinancierd met geld uit het privévermogen van degene die het goed verkrijgt of, anders gezegd, als de schenking (kwijtschelding met uitsluitingsclausule) – bij de verkrijging van…

Terug naar overzicht