Sign. - Partneralimentatie, behoefteberekening


Bij het bepalen van de mede aan de welstand van partijen gedurende het huwelijk gerelateerde behoefte van de vrouw moet rekening worden gehouden met alle relevante omstandigheden, waaronder zowel de inkomsten tijdens de laatste jaren van het huwelijk als het uitgavenpatroon in diezelfde periode. De behoefte zal daarnaast zoveel mogelijk aan de hand van concrete gegevens betreffende de reële of met een zekere mate van waarschijnlijkheid te verwachten kosten van levensonderhoud worden bepaald. Het hof ziet in dit geval geen aanleiding om af te wijken van dit uitgangspunt. Omdat de man zich verzet tegen toepassing van de zogeheten Hofnorm, bepaalt het hof de omvang van de behoefte aan de hand van concrete overgelegde gegevens.
Het bestaansminimum wordt bepaald door de bijstandsnorm, waarmee wordt bedoeld het bedrag dat de onderhoudsplichtige bij afwezigheid van eigen middelen van bestaan als bijstandsuitkering zou ontvangen. Aangezien het gezinsinkomen van partijen ten tijde van het huwelijk ver boven het bestaansminimum lag, acht het hof het redelijk om – naast de voor de vrouw geldende bijstandsnorm – ook rekening te houden met een aantal andere door haar opgevoerde posten. Wat betreft de huur acht het hof de stelling van de vrouw, dat zij bij het huren van een woning aangewezen zal zijn op een woning in de vrije sector omdat zij op korte termijn niet voor een sociale huurwoning in aanmerking kan komen, aannemelijk. Naar het oordeel van het hof is het een feit van algemene bekendheid dat huurbedragen in de vrije sector vrij hoog zijn, zodat een in aanmerking te nemen (fictieve) huur van € 650 per maand redelijk is.
Het hof heeft de volledige lasten van de echtelijke woning ten laste van de…

Terug naar overzicht