Sign. - Partneralimentatie en Chinese levensstandaard


Nu de man zich niet kan verenigen met het hanteren van de zogenaamde hofnorm, geldt voor de behoefte van de vrouw als uitgangspunt dat rekening dient te worden gehouden met alle relevante omstandigheden, waaronder de hoogte en de aard van zowel de inkomsten als de uitgaven van partijen tijdens de laatste jaren van het huwelijk, en zoveel mogelijk met concrete gegevens betreffende de reële of de met een zekere mate van waarschijnlijkheid te verwachten kosten van levensonderhoud van de onderhoudsgerechtigde. De behoefte van de vrouw moet worden vastgesteld conform de lokale standaarden in China, alwaar de vrouw woonachtig is. In dit kader acht het hof van belang dat de vrouw heeft verklaard dat zij in China leeft als een Chinese en niet als expat.
Het hof acht aannemelijk dat de levensstandaard in China lager is dan de levensstandaard in Nederland. In zijn verweerschrift op het incidenteel appel stelt de man, onderbouwd met stukken, dat de kosten van levensonderhoud in de woonplaats van de vrouw in China gemiddeld 31,6% lager zijn dan in Nederland. In verband daarmee bepaalt het hof de behoefte van de vrouw op een bedrag gelijk aan 70% van de in Nederland geldende bijstandsnorm, zijnde € 654,50 per maand, vermeerderd met de huurlast van de vrouw ad € 536,50 per maand minus 70% van de gemiddelde basishuur ad € 213 per maand, zijnde € 387,40 per maand, en vermeerderd met een premie ziektekostenverzekering ad € 70 per maand (nu de vrouw haar ziektekosten niet met stukken heeft onderbouwd, gaat het hof hier in redelijkheid van uit) minus 70% van het in de bijstandsnorm…

Terug naar overzicht