Sign. - Partneralimentatie: Engels of Nederlands recht?


De man stelt zich op het standpunt dat de rechtbank ten onrechte aan de partneralimentatie geen voorwaarden of een termijn heeft gesteld. Hij meent dat ondanks het feit dat Nederlands recht van toepassing is op de alimentatie, in dit geval aangehaakt moet worden bij de uitgangspunten van het Engels recht met betrekking tot de alimentatie, omdat beide partijen de Engelse nationaliteit hebben en zij in Engeland zijn gehuwd. Partijen zouden ook steeds rekening hebben gehouden met die uitgangspunten naar Engels recht. De man stelt dat het in strijd met de redelijkheid en billijkheid is indien de vrouw langer dan drie jaar recht zou hebben op alimentatie ten laste van hem.
Het hof stelt voorop dat tussen partijen vaststaat dat Nederlands recht van toepassing is op de alimentatiekwestie. Er bestaat naar het oordeel van het hof dan ook geen enkele aanleiding om aan te haken bij het Engels recht. Hetgeen de man daartoe heeft aangevoerd kan niet tot een ander oordeel leiden. Het hof ziet echter aanleiding om in dit geval een termijn te verbinden aan de duur van de alimentatieplicht van de man. Nu de vrouw in staat is geweest om na twaalf jaar onderbreking van haar deelname aan het arbeidsproces een goede baan te vinden die aansloot bij haar werkervaring en opleiding, kent het hof haar een verdiencapaciteit toe van € 2.000 netto per maand, een bedrag vergelijkbaar met het inkomen dat zij met die dienstbetrekking verdiende. Immers, de vrouw woont inmiddels ruim tien jaren in Nederland, is nog relatief jong, te weten 44 jaar, en heeft niet langer de zorg voor haar zoon (thans 24 jaar en uitwonend). Daarbij komt dat de…

Terug naar overzicht