Sign. - Partneralimentatie: geen doorbreking lotsverbondenheid


M en V zijn in 2002 met elkaar gehuwd. In 2011 is hun huwelijk door echtscheiding ontbonden. De rechtbank heeft bepaald dat M maandelijks € 1.358 aan partneralimentatie aan V dient te betalen. M gaat in hoger beroep, stellende dat V zich dusdanig grievend heeft gedragen, dat enige lotsverbondenheid is komen te ontbreken. Volgens M heeft V, bij het feitelijk uiteengaan van partijen, aangegeven dat zij hem maatschappelijk en financieel te gronde zou richten en heeft aan dat voornemen onder meer uitvoering gegeven door het doen van een valse strafrechtelijke aangifte wegens mishandeling, aanranding en verkrachting gedurende het huwelijk. Door deze aangifte is M, die politiebeambte is, in verzekering gesteld en onmiddellijk geschorst, waarna een disciplinair onderzoek is ingesteld en ontslag een reële mogelijkheid voor hem was. M heeft daardoor maanden in het ongewisse verkeerd ten aanzien van de afloop van het disciplinair onderzoek en het al dan niet overgaan tot strafrechtelijke vervolging en hij heeft grote imagoschade opgelopen.
Bovendien heeft V in 2010 een e-mail aan M gestuurd, waarin zij aangeeft onder welke condities zij tot een echtscheiding wil geraken en heeft zij geprobeerd M zwart te maken bij vrienden en kennissen.
Volgens M heeft V, kort na het uiteengaan van partijen, tegen zijn moeder gezegd 'Ik maak je zoon helemaal kapot'. Deze uitlating wordt door V betwist. Een dergelijke incidentele en emotionele uitlating nadat partijen net uit elkaar waren, wat daar verder ook van zij, kan volgens het hof niet worden beschouwd als wangedrag zoals hiervoor omschreven.
De aangifte van V had alleen betrekking op mishandeling (huiselijk geweld) en niet op aanranding…

Verder lezen
Terug naar overzicht