Sign. - Partneralimentatie – verdiencapaciteit en uitleg stelling van partijen


Het hof overweegt vooreerst dat V niet, althans onvoldoende, heeft onderbouwd dat zij op grond van medische beletselen haar werkzaamheden niet zou kunnen uitbreiden. V heeft geen medische verklaring in het geding gebracht waaruit blijkt dat zij niet meer dan 24 uur per week kan werken. Volgens het hof heeft V, ondanks dat de Werkloosheidswet voorziet in een inspanningsverplichting om tot betaalde arbeid te komen, zich onvoldoende heeft ingespannen om een hoger of volledig arbeidsinkomen te verwerven. V heeft nagelaten te onderbouwen waarom het voor haar niet mogelijk is om voor de maandag en/of de vrijdag een werkkring te vinden waar zij op basis van een nulurencontract kan werken. De verklaring van V dat dit – gelet op haar werkzaamheden bij haar huidige werkgever op de donderdag en zaterdag – voor haar niet mogelijk is, is naar het oordeel van het hof geen voldoende argument.
Onder deze omstandigheden kan van V gevergd te worden dat zij haar huidige werkzaamheden uitbreidt. Het hof is dan ook van oordeel dat V over een resterende verdiencapaciteit beschikt en dat van haar in redelijkheid – mede gelet op haar leeftijd – verwacht mag worden dat zij haar arbeidscapaciteit uitbreidt naar 32 uren per week, zodat zij (in beginsel) geen behoefte heeft aan een aanvullende bijdrage van M. Niettegenstaande het vorenstaande overweegt het hof vervolgens dat het appel van M gelezen moet worden in verband met hetgeen hij in zijn toelichting heeft gesteld, alsmede wat hij zelf in eerste aanleg heeft verzocht. In zijn inleidende verzoek heeft M onder meer verzocht te worden veroordeeld om aan V een bedrag van € 675 bruto per maand aan partneralimentatie te betalen voor een…

Terug naar overzicht