Sign. - Partneralimentatie: wangedrag, behoeftigheid en draagplicht


M en V zijn in 1977 op huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd, welk huwelijk in 2012 door echtscheiding is ontbonden. Bij beschikking van 24 april 2012 heeft de rechtbank bepaald (1) dat M aan V maandelijks een bedrag van € 705 aan partneralimentatie dient te voldoen en (2) dat ieder van partijen de helft van de gezamenlijke schuld bij ING zal dragen. In hoger beroep verzoekt M het hof te bepalen dat hij geen alimentatie verschuldigd is en dat de schuld bij de ING volledig aan V wordt toegescheiden. Volgens M heeft V ernstig nalatig en kwetsend wangedrag vertoond tijdens het huwelijk. Zij heeft onder andere valsheid in geschrifte gepleegd door de handtekening van M te vervalsen op een aanvraag doorlopend krediet van de ING. Daarnaast verrichtte zij tijdens het huwelijk niet haar huishoudelijke taken.
Het hof overweegt als volgt. Gelet op de lange duur van het huwelijk van partijen is een grote mate van lotsverbondenheid tussen hen ontstaan. Ook al zou V zonder medewerking of medeweten van M gelden hebben opgenomen, dan is dat onvoldoende om de ingrijpende maatregel van matiging van de partneralimentatie te rechtvaardigen. Ditzelfde geldt voor de andere argumenten die M ten behoeve van matiging heeft aangevoerd. Het hof merkt hierbij nog op dat op grond van artikel 1:81 BW M evenzeer gehouden was om huishoudelijke taken te verrichten.
M betwist dat V behoeftig is. Niet alleen verdient V 'zwart' bij, zo stelt M, ook kan zij door middel van gokken aanvullend in haar eigen levensonderhoud voorzien. Het hof overweegt als volgt. Mogelijk heeft V in het verleden 'zwart' gewerkt. Echter, …

Verder lezen
Terug naar overzicht