Sign. - Prejudiciële beslissing Seagon q.q./ Deko Marty


Vraag is of de actio Pauliana binnen het toepassingsgebied van art. 3 lid 1 iVO valt. Het hof heeft in zijn rechtspraak over het EEX-Verdrag geoordeeld dat een vordering die vergelijkbaar is met de in het hoofdgeding aan de orde zijnde vordering, verband houdt met een faillissementsprocedure wanneer zij rechtstreeks uit het faillissement voortvloeit en geheel binnen het kader van een faillissement of surseance van betaling past (22 februari 1979, NJ 1979, 564 (gourdain)). Een vordering met die kenmerken valt bijgevolg niet binnen het toepassingsgebied van voormeld verdrag. Juist dat criterium vindt in punt 6 van de considerans van de iVO toepassing met het oog op de afbakening van het voorwerp van deze verordening. Volgens dat punt van de considerans mag de verordening alleen voorschriften behelzen tot regeling van de bevoegdheid inzake de opening van een insolventieprocedure en de beslissingen die rechtstreeks uit een insolventieprocedure voortvloeien en daarmee nauw samenhangen. in het licht van deze wil van de wetgever en rekening houdend met het nuttig effect van de iVO, moet art. 3 lid 1 iVO aldus worden uitgelegd dat de lidstaat op wiens grondgebied de insolventieprocedure is geopend, op grond van deze bepaling eveneens internationaal bevoegd is om kennis te nemen van vorderingen die rechtstreeks uit deze procedure voortvloeien en daarmee nauw samenhangen. Art. 3 lid 1 iVO moet aldus worden uitgelegd dat de rechterlijke instanties van de lidstaat op wiens grondgebied de insolventieprocedure is geopend, bevoegd zijn om uitspraak te doen over een faillissementspauliana die is gericht tegen een verweerder die zijn statutaire zetel in een andere lidstaat heeft. (HvJEG 12 februari 2009, «JOR» 2011/340, m.nt. …

Verder lezen
Terug naar overzicht