Sign. - Procedure in Turkije voorafgaand echtscheiding


De vader heeft een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank in Karaman, Turkije. Een maand later heeft de moeder een verzoek tot echtscheiding ingediend bij de rechtbank Rotterdam. Beide rechtbanken hebben het verzoek toegewezen en hebben zich uitgelaten over het gezag over de kinderen. De Turkse rechtbank heeft voorts een omgangsregeling bepaald. De vader heeft vervolgens in de Nederlandse appelprocedure – onder meer – verzocht de Nederlandse beschikking te vernietigen en zich onbevoegd te verklaren in deze procedure.
Het hof constateert dat de vader zijn verzoek tot echtscheiding eerder heeft ingediend bij de Turkse rechtbank dan de moeder bij de Nederlandse rechtbank. Het hof houdt de Nederlandse zaak derhalve aan, in afwachting van de afloop van de tussen partijen in Turkije aanhangige procedure.
De rechtbank te Karaman heeft – onder meer – tussen partijen de echtscheiding uitgesproken en beslist op nevenvoorzieningen met betrekking tot de voogdij over de minderjarigen en de omgang tussen de vader en de minderjarigen. De vader heeft vervolgens cassatie aangetekend bij de Hoge Raad in Turkije met betrekking tot de ouderlijke macht over de kinderen. Bij arrest van de Hoge Raad in Turkije is het vonnis van de rechtbank te Karaman bevestigd.
De echtscheiding is in januari 2010 of februari 2010 in Nederland ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand. In artikel 10 Verdrag inzake de erkenning van beslissingen betreffende de huwelijksband van 8 september 1967, waarbij zowel Nederland als Turkije partij zijn, is bepaald: "Indien tevoren bij een autoriteit van een der Verdragsluitende Staten een vordering is ingesteld inzake het ontbinden, het slaken, het bestaan of het niet-bestaan, de geldigheid of de nietigheid van de huwelijksband, …

Terug naar overzicht