Sign. - Reactie op de inleiding van mr. G.P. Roth, gehouden bij gelegenheid van het Ondernemingsrechtdiner op 6 juni 2013 te Amsterdam


De schrijver reageert op de bijdrage van Roth ('Bedenkingen bij bestuurlijke beboeting bestuurders'). Daarbij stelt hij voorop dat veel van de regelgeving op het terrein van het financieel recht afkomstig is van de (communautaire) wetgever en dat deze voortvloeit uit de wens misstanden die in het verleden zijn ontstaan, te voorkomen. Hij betwist de stelling dat bestuurders van financiële instellingen onvoldoende rechtsbescherming zouden krijgen. Voor het opleggen van een boete aan een feitelijk leidinggevende gelden zware eisen. Bovendien gaat het vaak om kleine ondernemingen, waarbij de grens tussen onderneming en bestuurder niet gemakkelijk te trekken is. aan de hand van het voorbeeld van marktmanipulatie licht de schrijver toe waarom heen beroep op lex certa niet altijd wat oplevert. Ook de schrijver is van oordeel dat de voorzieningenrechter bij een beroep tegen een vroegtijdige publicatie mee kan wegen dat financiële toezichthouders achteraf voor een foute publicatie alleen onder bijzondere omstandigheden aansprakelijk kunnen worden gehouden.
(Ondernemingsrecht 2013, 86, mr. E.J. Daalder)

Verder lezen
Terug naar overzicht