Sign. - Rechtbank schorst zaak voor onderzoek of vrijstelling art. 24 lid 2 (oud) SW van toepassing is


V woont samen met M. In 2001 komt M te overlijden. In zijn testament heeft M zijn appartement aan V gelegateerd, onder de last om aan zijn dochter € 225.000 te betalen. In de aangifte erfbelasting wordt de waarde van het appartement vastgesteld op € 340.000. V wordt hierdoor belast voor € 115.000. V is het hier niet mee eens. Volgens haar is de waarde van het appartement niet hoger dan € 225.000, waardoor zij per saldo geen erfbelasting verschuldigd zou zijn.
Volgens de rechtbank is V er niet in geslaagd om de lagere waarde van het appartement op de sterfdatum aannemelijk te maken. Echter, de rechtbank stelt tevens vast dat V in haar aangifte erfbelasting niet heeft verzocht om toepassing van de vrijstelling voor samenwonenden van artikel 24 lid 2 (oud) SW. Omdat uit de stukken blijkt dat M een behoorlijk periode met V heeft samengewoond, moet volgens de rechtbank worden onderzocht of deze vrijstelling van toepassing is. De rechtbank schorst de behandeling van de zaak om V in de gelegenheid te stellen met de belastinginspecteur te overleggen over de toepassing van de vrijstelling voor samenwonenden. V wordt tevens in de gelegenheid gesteld het aantal jaren dat zij met M heeft samengewoond aannemelijk te maken.

(Rechtbank Breda, 23 november 2011, LJN BV0726)

Terug naar overzicht