Sign. - Ruzie over schilderijen


Tot de nalatenschap van de ouders van partijen behoort een viertal zogenaamde pendanten, bestaande uit in totaal acht schilderijen. X is benoemd tot executeur. Zij heeft voor een bepaalde periode aan Y een volmacht verstrekt om de pendanten voor een minimumprijs van € 650.000 te verkopen. Y heeft op enig moment de pendanten voor de door X bepaalde minimumprijs verkocht, waarna de koopprijs is gestort op de derdenrekening van de notaris van Y. De erven vermoeden dat Y de pendanten in werkelijkheid voor een veel hogere prijs heeft doorverkocht en dat zij daarmee zijn benadeeld. Geoordeeld wordt dat Y in dat geval in strijd zou handelen met hetgeen van hem als gevolmachtigde van X mag worden verwacht. Y ontkent dat hij de schilderijen zelf heeft gekocht om ze door te verkopen voor een hogere prijs aan een derde partij. De erven hebben met het overleggen van een geanonimiseerde koopovereenkomst onvoldoende aannemelijk gemaakt dat Y de pendanten niet zelf heeft gekocht. Y is bij voormeld tussenvonnis veroordeeld de originele koopovereenkomst over te leggen en de notaris opdracht te geven de onder de notaris gestorte koopsom door te betalen op de ervenrekening. De procedure wordt aangehouden met betrekking tot de vordering tot het verstrekken van bankafschriften door Y.
Na het tussenvonnis (LJN BU6172) heeft Y een aantal stukken overgelegd waaruit blijkt dat hij de pendanten, na verkoop aan een kunsthandelaar van die handelaar bij overeenkomst van dezelfde dag voor dezelfde prijs heeft teruggekocht. Vervolgens heeft hij de pendanten in consignatie gegeven aan de kunsthandelaar ter verkoop. In dit eindvonnis wordt geoordeeld dat Y de erven en de voorzieningenrechter heeft misleid omdat hij eerder in de procedure heeft ontkend…

Terug naar overzicht