Sign. - Schending artikel 21 Rv en punt 2 beslagsyllabus: schending procesorde


M en V waren op huwelijkse voorwaarden met elkaar gehuwd. Inmiddels zijn zij gescheiden. V heeft een eenmanszaak gedreven, die later ten name van M is gesteld. V heeft buiten medeweten van M in totaal € 275.000 van de zakelijke bankrekening overgeboekt naar haar privébankrekening. Een gedeelte van € 180.000 heeft V eerst naar de bankrekening van de dochter van partijen overgemaakt, welk bedrag vervolgens is doorgestort naar V.
M is een procedure begonnen tegen de dochter waarin hij terugbetaling van het bedrag van € 180.000 vordert. Ter zitting zijn partijen overeengekomen dat V €?180.000 zal overmaken naar de derdengeldenrekening van de advocaat van M, waarna M de vordering tegen de dochter zal intrekken.
In het beslagrekest d.d. 16 januari 2014 stelt V een vordering van € 299.520 op M te hebben uit hoofde van gelden die M haar verschuldigd is wegens door hem tijdens het huwelijk ten onrechte toegeëigende gelden, c.q. uit hoofde van een redelijke vergoeding voor de tussen M en V bestaande arbeidsovereenkomst, c.q. uit hoofde van een natuurlijk verbintenis.
In het aangevulde beslagrekest d.d. 21 januari 2014 stelt V nog een vordering van € 210.157 op M te hebben. Daartoe voert V aan dat M zich de eenmanszaak zonder haar toestemming heeft toegeëigend, terwijl die onderneming tot haar privévermogen behoorde. V schat de waarde van de eenmanszaak op € 100.000. Daarnaast heeft M V gedwongen de verkoopopbrengst ad € 150.000 van de haar in eigendom toebehorende woning alsmede enkele door haar ouders gedane schenkingen (…

Verder lezen
Terug naar overzicht