Sign. - Schulden ex-echtgenoten


De rechtbank is van oordeel dat M en V, die hoofdelijk schuldenaren zijn, ieder voor de helft draagplichtig zijn ten aanzien van de schuld aan Achmea. Uit de echtscheidingsbeschikking kan niet worden afgeleid dat de rechtbank uitsluitend M draagplichtig heeft gesteld voor de huwelijkse schulden. Wel verminderde de rechtbank de draagkracht van M wat betreft het betalen van levensonderhoudverplichtingen met inachtneming van de door hem gedane aflossingen.
Gegeven het feit dat partijen hoofdelijk schuldenaren zijn, kan M in deze omstandigheden op grond van artikel 6:10 BW, indien hij meer dan de helft van het verschuldigde aan Achmea heeft voldaan, dat meerdere – en de naar evenredigheid aan dat meerdere toe te rekenen deel van de gemaakte kosten (lees rente) – van V vorderen. M dient dan wel te stellen en te onderbouwen dat hij meer dan de helft van hetgeen partijen op datum inschrijving van de echtscheidingsbeschikking nog aan Achmea verschuldigd waren, heeft voldaan. De enkele stelling van M dat er sprake is van een huwelijkse schuld en dat hij sedert de echtscheiding van partijen aan Achmea de overeengekomen termijnbedragen maandelijks heeft voldaan, acht de rechtbank echter onvoldoende om te oordelen dat M meer dan de helft van de per echtscheidingsdatum resterende schuld(en) heeft voldaan en – zo hij meer dan de helft heeft voldaan – hoe hoog dat meerdere is. De rechtbank wijst daarom de vordering van M wegens gebrek aan onderbouwing af. De rechtbank voegt hier nog het volgde aan toe. Het is de vraag of het regresrecht van M dat jegens V ontstaat indien en voor zover M meer dan 50%, heeft betaald te zijner tijd soulaas biedt voor M…

Terug naar overzicht