Sign. - Spaans namenrecht


De ouders bezitten de Spaanse nationaliteit, de minderjarige heeft zowel de Spaanse als de Nederlandse nationaliteit. De ambtenaar van de Burgerlijke Stand verzoekt haar te gelasten aan de geboorteakte van de minderjarige een latere vermelding toe te voegen waarbij de geslachtsnaam van de minderjarige wordt verbeterd in [naam A] en daarna wordt gewijzigd in [naam B]. Volgens de ambtenaar is bij het opmaken van de geboorteakte van de minderjarige (in 2007) ten onrechte Spaans naamrecht toegepast, terwijl dat (op grond van artikel 2 Wet Conflictenrecht Namen) Nederlands naamrecht had moeten zijn.
De rechtbank is van oordeel dat de verzochte wijziging een onevenredige inbreuk is op de identiteit van de minderjarige. De minderjarige mag immers op grond van de uitspraak van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen van 2 oktober 2003 in Nederland een geslachtsnaam naar Spaans recht dragen nu het de Nederlandse en de Spaanse nationaliteit bezit.
Los van de vraag of de rechtbank beide verzoeken in een beschikking kan toewijzen, zal de minderjarige telkens worden geconfronteerd met een wijziging van de geslachtsnaam, die feitelijk geen wijziging is, wanneer zij noodzakelijkerwijs een afschrift van haar geboorteakte nodig heeft.
Indien de rechtbank op het verzoek tot (het opnieuw) toepassen van het Spaanse namenrecht pas kan beslissen nadat de beschikking tot toepassing van het Nederlandse namenrecht is ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand, zal dit voor zowel voor de minderjarige als haar ouders in Nederland en Spanje tot ernstige ongemakken kunnen leiden wanneer legitimatie noodzakelijk is, omdat de geslachtsnaam van de minderjarige dan (tijdelijk) is gewijzigd.
Het verzoek van de ambtenaar wordt afgewezen.

(Rechtbank Haarlem 27…

Terug naar overzicht