Sign. - Staat en notaris hoofdelijk aansprakelijk; onderlinge draagplicht


M wil in 1987 trouwen met een Oost-Duitse vrouw (V). Voor een akte van huwelijkse voorwaarden benadert M notaris N. Omdat V voorafgaand aan de huwelijkssluiting Oost-Duitsland niet mocht verlaten, is de vertaling van de akte in het Duits aan M gezonden met de mededeling dat deze akte voor de consulair ambtenaar moet worden verleden. De Nederlandse ambassade c.q. de consulair ambtenaar was echter niet bevoegd de akte te passeren, maar heeft de handtekening van V gelegaliseerd. De volgende dag zijn M en V getrouwd in Leipzig en heeft M het door de ambassadesecretaris ondertekende document afgegeven aan N, die de akte voor afschrift heeft uitgegeven, waarna deze is ingeschreven in het huwelijksgoederenregister. Als M en V tien jaar later scheiden, ontdekt M dat op de ambassade niet rechtsgeldig een akte van huwelijksvoorwaarden was gepasseerd en dat hij in gemeenschap van goederen is gehuwd.
N, door rechtbank en hof aansprakelijk gesteld jegens M voor de schade, vordert veroordeling van de Staat tot betaling van schadevergoeding op grond van regres wegens hoofdelijke verbondenheid en onrechtmatige daad van de Staat.
Volgens het hof is niet in geschil dat de handelwijze van de ambassadesecretaris onzorgvuldig is geweest jegens M door hem niet op zijn onbevoegdheid te wijzen, wat dus een onrechtmatige daad oplevert van de Staat. De Staat en N zijn beiden voor het geheel aansprakelijk voor de ontstane schade.
De stelling van de Staat dat geen sprake is van hoofdelijke aansprakelijkheid, omdat N wanprestatie heeft gepleegd en de Staat een onrechtmatige daad, vindt geen steun in het recht. Het hof oordeelt echter dat N bij uitstek degene is die…

Terug naar overzicht