Sign. - Steeds minder kinderen wonen bij beide ouders


Het aandeel kinderen van 0-15 jaar dat bij alle twee de eigen ouders woont, is gedaald van 86% in 1996 tot 82% in 2010. Hoe ouder het kind, hoe kleiner het aandeel dat bij beide ouders woont. Van de Antilliaanse of Arubaanse 15-jarigen in 2010 woonde slechts een derde bij beide eigen ouders. Dat blijkt uit op 30 januari gepubliceerde cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS).
In 2010 woonden 569.000 kinderen van 0-15 jaar niet of bij slechts een van de eigen ouders. Dat zijn er ruim 145.000 meer dan in 1996. Het aandeel 0- tot 15-jarigen dat niet met beide ouders in één huis woont, is daarmee in deze periode gestegen van 14 naar 18%. Dit komt vooral door de toename van het aantal ouders dat uit elkaar gaat.
Vooral de situatie waarbij het kind bij de moeder woont (met of zonder een nieuwe partner) is gestegen: van 12 tot 16%. Het aandeel kinderen dat bij de vader woont (met of zonder nieuwe partner) is nog klein – bijna 2% in 2010 – maar komt iets vaker voor dan midden jaren negentig. Het aandeel kinderen dat zonder eigen ouders leeft, bleef stabiel op 1%.
Hoe ouder de kinderen zijn, hoe kleiner het aandeel dat bij beide ouders thuis woont. Zo woonde 90% van de 0-jarigen in 2010 bij beide ouders, tegenover 73% van de 15-jarigen. In 1996 gold dit nog voor 80% van de 15-jarigen.
In 2010 woonde van de autochtone 15-jarigen…

Terug naar overzicht