Sign. - Testamentair bewindvoerder voorkomt ouderlijk vruchtgenot van ex-partner


Uit het – inmiddels beëindigde – geregistreerd partnerschap tussen M en V is zoon Z geboren. Na het overlijden van V erft de minderjarige Z de nalatenschap. V heeft in haar testament een bewind ingesteld over de nalatenschap totdat Z 22 jaar wordt, waarbij zij haar vader (B) tot bewindvoerder heeft benoemd. In het testament is de volgende clausule opgenomen: 'De bewindvoerder bepaalt of en in welke mate de inkomsten uit het onder bewind gestelde vermogen aan de eigenaar ter beschikking worden gesteld'. B heeft vervolgens bepaald dat de rente uit het onder bewind gestelde vermogen pas aan Z wordt worden uitgekeerd als hij meerderjarig wordt. M maakt (op grond van het ouderlijk vruchtgenot; artikel 1:253l BW) aanspraak op de rente die Z ontvangt op een bankrekening met een zogenoemde BEM-clausule. M voert als vader het gezag over Z uit.
M beargumenteert dat V in haar testament weliswaar heeft bepaald dat alle beschikkingen ten gunste van hem vervallen indien hun geregistreerd partnerschap is geëindigd, maar dat het ouderlijk vruchtgenot niet is uitgesloten.
In hoger beroep oordeelt het hof dat V niet op de voet van artikel 1:253m BW in haar testament het ouderlijk vruchtgenot van M heeft uitgesloten, zodat M het vruchtgenot heeft van het vermogen van Z. Echter, in haar testament heeft V echter aan B de bevoegdheid gegeven te bepalen in welke mate de inkomsten uit het onder bewind gestelde vermogen aan Z ter beschikking worden gesteld. B heeft vervolgens bepaald dat de rente uit het onder bewind gestelde vermogen pas bij het meerderjarig worden van Z aan hem wordt uitgekeerd. Nu de rente thans niet…

Terug naar overzicht