Sign. - Tien jaar lang ongewenste hoofdelijkheid leidt tot gedwongen verkoop


M en V hebben een affectieve relatie. Ze kopen in 2000 samen een huis en sluiten hiervoor een hypothecaire geldlening af van € 74.000 bij de Rabobank. M en V zijn beiden hoofdelijk aansprakelijk voor deze geldlening. Kort daarna verbreken zij hun relatie. M vertrekt, V blijft in de woning wonen. In 2006 maken partijen bij de rechtbank een aantal afspraken, inhoudende dat de woning en de hypothecaire geldlening worden toegescheiden aan V, waarna V zich zal inspannen de bank te verzoeken M uit de hoofdelijke aansprakelijkheid te ontslaan. Tot dit laatste blijkt de bank echter niet bereid, aangezien het inkomen van V ontoereikend is om de lening alleen te dragen. M heeft intussen al tien jaar niet meer in het huis gewoond.
M stelt dat V zich onvoldoende heeft ingespannen om ervoor te zorgen dat hij uit de hoofdelijke aansprakelijkheid wordt ontslagen. Indien ontslag niet mogelijk is, wenst M dat alsnog wordt overgegaan tot verkoop van de woning.
Het hof overweegt dat voor het ontslag van M uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid de medewerking van de bank noodzakelijk is. Partijen zijn niet overeengekomen dat V een nieuwe hypotheek moet afsluiten bij een andere bank indien de Rabobank niet bereid is M uit zijn hoofdelijkheid te ontslaan. Naar het oordeel van het hof heeft V zich voldoende ingespannen om M te ontslaan uit zijn contractuele hoofdelijkheid jegens de Rabobank.
Nu vaststaat dat M bij toedeling van de woning aan V niet kan worden ontslagen uit zijn hoofdelijke aansprakelijkheid (en na verdeling geen mede-eigenaar, maar wel mede hoofdelijk schuldenaar jegens de bank zou zijn), brengen de beginselen van redelijkheid en billijkheid, …

Verder lezen
Terug naar overzicht