Sign. - Toekenning werkloosheidsuitkering in strijd met artikel 39 EG


Petersen, een Duits staatsburger, was als werknemer in Oostenrijk actief. Hij vraagt in Oostenrijk een invaliditeitsuitkering aan op grond van de wettelijke pensioenverzekering. Petersen wil vervolgens naar Duitsland terugkeren en de uitkering naar dat land toe exporteren. Als de uitkering in kwestie dient te worden gekwalificeerd als "werkloosheidsuitkering" in de zin van Verordening 1408/71, dan is deze uitkering in casu niet exporteerbaar naar Duitsland, omdat aan die uitkering de voorwaarde is verbonden dat de uitkeringsgerechtigde woonplaats dient te hebben in het land die de uitkering toekent (woonplaatsvereiste). Als voornoemde uitkering daarentegen dient te worden gekwalificeerd als een "invaliditeitsuitkering", dan is deze op basis van dezelfde Verordening wel exporteerbaar. Daarnaast speelt de vraag, als de uitkering als een "werkloosheidsuitkering" dient te worden beschouwd, of deze niet alsnog naar Duitsland moet kunnen worden geëxporteerd, omdat het woonplaatsvereiste mogelijk in strijd is met art. 39 EG, welke bepaling het vrije verkeer van personen waarborgt. Volgens het HvJ moet enerzijds gezien het voorwerp en het doel van de uitkering en anderzijds gezien de berekeningsgrondslag en de toekenningsvoorwaarden, worden vastgesteld dat het hier gaat om een "werkloosheidsuitkering". Echter, art. 39 EG moet volgens het HvJ zo worden uitgelegd, dat het eraan in de weg staat dat een lidstaat de toekenning van een werkloosheidsuitkering als hier aan de orde, afhankelijk stelt van de voorwaarde dat de rechthebbenden hun woonplaats op het nationale grondgebied van deze staat hebben, voor zover deze laatste geen enkel element heeft aangevoerd waaruit blijkt dat deze voorwaarde objectief gerechtvaardigd en evenredig is. 

HvJ EG 11 september 2008, zaak C-228/07…

Verder lezen
Terug naar overzicht