Sign. - Toepasselijk recht


De vrouw bezit zowel de Nederlandse als de Marokkaanse nationaliteit, de man bezit alleen de Marokkaanse nationaliteit. Partijen zijn op 17 augustus 1996 in Marokko gehuwd. De vrouw woonde op dat moment – en nog steeds – in Nederland. De man heeft zich eerst op 3 maart 1997 zijn gewone verblijfplaats in Nederland gevestigd. De vraag is door welk recht het huwelijksregime van partijen wordt beheerst. Vaststaat dat partijen vóór hun huwelijk geen huwelijkse voorwaarden hebben gemaakt en ook overigens geen rechtskeuze hebben uitgebracht voor het op hun huwelijksvermogensregime toepasselijke recht. Vaststaat echter ook dat partijen op 3 maart 1997 – derhalve na meer dan zes maanden na hun huwelijkssluiting – hun eerste gemeenschappelijke gewone verblijfplaats in Nederland hebben gevestigd. Derhalve worden (artikel 4 lid 2 sub 3 Haags Huwelijksvermogensverdrag 1978) met ingang van de huwelijkssluiting de vermogensrechtelijke gevolgen van het huwelijk geregeerd door Marokkaans huwelijksvermogensrecht, inhoudende – kort gezegd – een ontbreken van een huwelijksvermogensrechtelijke gemeenschap van goederen. 
Op grond van het bepaalde in artikel 7 lid 2 sub 3 van het Verdrag wordt het op het huwelijksvermogensregime van partijen toepasselijke recht vanaf het tijdstip dat beide partijen hun gewone verblijfplaats in Nederland hebben gevestigd, vervangen door het recht van het land waar partijen vervolgens hun gezamenlijke gewone verblijfplaats hebben gevestigd, derhalve het Nederlandse huwelijksvermogensrecht. Mitsdien geldt bij gebreke van huwelijkse voorwaarden met ingang van dat tijdstip tussen partijen de (Nederlandse) wettelijke gemeenschap van goederen. 
De wijziging in het regime heeft op grond van artikel 8 van het Verdrag slechts gevolg voor de toekomst, tenzij partijen anders zijn overeengekomen. Een dergelijke overeenkomst is te dezen niet gesteld, noch gebleken, zodat het hof…

Verder lezen
Terug naar overzicht