Sign. - Toepasselijkheid van Italiaans huwelijksvermogensrecht?


M (van Franse nationaliteit) en V (van Italiaanse nationaliteit) zijn op 3 januari 1998 in Italië met elkaar gehuwd. In de door de Italiaanse katholieke priester opgestelde originele huwelijksakte staat dat M en V gekozen hebben voor huwelijkse voorwaarden conform artikel 162 lid 2 van het Italiaanse Burgerlijk Wetboek. M en V wonen sinds april 1998 in Nederland. In het kader van hun echtscheiding twisten zij over de vraag welk huwelijksvermogensrecht van toepassing is: het Italiaanse of het Nederlandse? M stelt, onder verwijzing naar de door de priester opgemaakt huwelijksakte, dat partijen bij huwelijkse voorwaarden een rechtskeuze hebben gedaan voor Italiaans recht. V betwist deze rechtskeuze; volgens haar moet voor het toepasselijke recht aansluiting worden gezocht bij de eerste huwelijksdomicilie van partijen (zijnde Nederland).
De rechtbank heeft de echtscheiding tussen partijen uitgesproken en beslist dat tussen hen, op grond van een geldige rechtskeuze krachtens het Haagse Huwelijksvermogensverdrag 1978, het Italiaanse regime van scheiding van goederen van toepassing is. In hoger beroep vernietigt het hof de beslissing van de rechtbank. Volgens het hof geldt tussen partijen het Nederlandse huwelijksvermogensregime van gemeenschap van goederen:
'11. Het hof stelt voorop dat artikel 11 van het Verdrag bepaalt dat de aanwijzing van het toepasselijke recht uitdrukkelijk moet zijn overeengekomen of ondubbelzinnig moet voortvloeien uit huwelijkse voorwaarden. 12. Artikel 13 van het Verdrag bepaalt dat een uitdrukkelijk overeengekomen aanwijzing van het toepasselijke recht dient te geschieden in de vorm welke voor huwelijkse voorwaarden is voorgeschreven, hetzij door het aangewezen interne recht, hetzij door het interne recht van de plaats waar die aanwijzing geschiedt. De aanwijzing dient in elk geval te worden neergelegd in…

Terug naar overzicht